Rotterdam is de stad van ‘bouwen, bouwen, bouwen’. Van samen aan de slag. Maar wat gebeurt er, als je een stad bouwt zonder zorg voor goed cement? Als samen aan de slag steeds meer ieder voor zich wordt? Daar komt Rotterdam achter, als haar stadsbestuur de ruimte voor kerken en andere religieuze en maatschappelijke organisaties blijft verwaarlozen.
Dat kerken van enorme meerwaarde zijn, zullen weinig Rotterdammers betwisten. Het zijn plekken, geworteld in eeuwenoude tradities, waar mensen gevormd worden in dienstbaarheid. Daardoor zijn het ook vaak heel gastvrije plekken, waar je als mens gezien en geholpen wordt. Met tastbaar resultaat, voor iedereen: met hun belangeloos aangeboden hulp besparen kerken de gemeente tussen de 330 en 365 miljoen euro, elk jaar weer.
Dankzij inspirerende voorbeelden als de Pauluskerk, staan kerken bekend om hun zorg voor daklozen. Maar tegelijkertijd zijn steeds meer Rotterdamse kerken zelf dakloos: ze hebben geen geschikt gebouw en maken geen enkele kans op de vastgoedmarkt. Vanwege hun maatschappelijke meerwaarde verwacht je dat het stadsbestuur actief met deze kerken meedenkt. Dat ze het eenvoudiger maakt om passend onderdak te vinden, net zoals dat bijvoorbeeld bij talloze culturele instellingen en sportclubs al gebeurt. Je verwacht dat het stadsbestuur een heldere, positieve visie heeft op hoe de ruimte voor kerken wordt geborgd.
Maar wie dit verwacht, komt bedrogen uit. ‘De overheid is neutraal en gaat dus niet over huisvesting van kerken,’ zo klinkt het. Fopliberalisme en religiestress vieren nog altijd hoogtij, en niet zonder gevolgen. CDA-wethouder Hugo de Jonge heeft bijvoorbeeld kerken de toegang tot Huizen van de Wijk ontzegt, waardoor veel kerken dakloos zijn geworden. En liever dan een positieve visie te ontwikkelen, roepen de VVD en Leefbaar Rotterdam dat de Pauluskerk weg moet uit het stadscentrum. Als het politiek uitkomt, gaat de overheid kennelijk wél over kerkelijke huisvesting…
De scheiding tussen kerk en staat is bedoeld om de overheid niet de baas te laten spelen over kerken, niet om kerken in de kou te laten staan. Net zoals Rotterdam betrokken is op de huisvesting van haar musea en voetbalclubs, zou de huisvesting van religieuze gemeenschappen haar aan het hart moeten gaan. Want Rotterdam kan niet zonder haar kerken. Op zondag zitten er meer mensen in de kerk dan in de Kuip. Sterker nog: al die geloofsgemeenschappen zíjn Rotterdam. Een echt Rotterdams stadsbestuur weet dat en heeft daarom een goed verhaal over ruimte voor kerken in haar stad.
Rotterdam gelooft. En daarom vraagt het om een stadsbestuur dat gelooft in Rotterdam: in al die mensen die via hun kerk of anderszins omzien naar elkaar. In al die mensen die hun mede-Rotterdammers niet in de kou laten staan. Dus: beste collega-stadsbestuurders, laten jullie de Rotterdamse kerken dan ook niet in de kou staan? Ontwikkel een positieve visie, bijvoorbeeld op basis van de initiatiefnota ‘Kerkenvisie 2.0’ die nu in de raad voorligt. Geef kerken ruimte. Want je kunt Rotterdam niet opbouwen, zonder zorg voor goed cement. We kunnen niet samen aan de slag, als we de plekken verwaarlozen waar samenleven wordt gestimuleerd.
Gerben van Dijk – lijsttrekker ChristenUnie Rotterdam
Thom van Dam – Kandidaat-raadslid ChristenUnie Rotterdam