Gerben van Dijk

Gerben van Dijk

Ik ben Gerben van Dijk, 46 jaar, getrouwd en vader van drie tieners. Ik woon inmiddels meer dan 23 jaar in Rotterdam, waarvan nu 8 jaar in Schiebroek. Afgelopen 4 jaar heb ik als burgerraadslid en fractiemedewerker voor de ChristenUnie fractie de lol in het politieke werk ontdekt. En verder werk ik als zelfstandige aan nieuw leven voor bestaande (monumentale) gebouwen - van brugwachtershuisjes tot kerken.  

Ik hou van Rotterdam
Met z'n water en z'n schepen,
Met z'n skyline en z'n oude wijken,
Met z'n mensen overal vandaan,
Met z'n rauwheid en z'n allures,
Met z'n kranen en z'n bomen,
Met hart en ziel veelkleurig, veelzijdig,
Rotterdam, de mooiste rotstad die er is.

Mijn hart gaat sneller kloppen als
ik een beetje kan struinen in de stad. Niet alleen op de plekken waar iedereen komt, maar ook gewoon eens wat onbekende straten inslaan en afwijken van de hoofdroutes. Op ontdekkingstocht in eigen stad.

Het gaat mij aan het hart dat
steeds meer mensen, vooral starters en gezinnen, Rotterdam dreigen te verlaten omdat ze geen betaalbaar huis kunnen vinden. 

“Gemeente moet marktmeester zijn op de woningmarkt”

“Jongeren, ouderen, alleenstaanden, mensen met een middeninkomen en bewoners die een sociale huurwoning zoeken. Bijna niemand in Rotterdam ontkomt meer aan de wooncrisis. De gemeente moet als marktmeester de touwtjes in handen nemen”, stelt Gerben van Dijk, burgerraadslid Bouwen en Wonen en tweede op de kandidatenlijst voor ChristenUnie Rotterdam.

“Als christelijke politicus vraag ik me altijd af: wie heeft onze steun nu nodig? Bij ieder onderwerp kijken we voor wie we moeten opkomen, om er te zijn voor de kwetsbaren of het kwetsbare. Dat kan dus ook erfgoed zijn, dat in de wooncrisis gemakkelijk wordt platgegooid voor nieuwe huizen. Het eerlijke verhaal is dat de wooncrisis de verschillen verder vergroot. Mensen met een koophuis zitten op rozen. Ook de groep mensen die een huurwoning, een goede huisbaas en een vast huurcontract heeft, hoeven zich geen zorgen te maken. Maar de rest heeft het nakijken. En die groep wordt steeds groter. We moeten als overheid het totale schaakbord overzien en slim ingrijpen, om ervoor te zorgen dat deze mensen weer een plek vinden in de stad. Slim ingrijpen kan alleen als de gemeente als marktmeester de touwtjes in handen neemt”, stelt Gerben van Dijk, al meer dan 15 jaar werkzaam in de wereld van bouwen en wonen. De afgelopen 4 jaar was Gerben namens de ChristenUnie burgerraadslid in de Rotterdamse gemeenteraad.

Opkoopbescherming
“Een goed voorbeeld van de gemeentelijke rol van marktmeester is het invoeren van een quotumregeling voor ‘verkamering’. Daarnaast hebben we de opkoopbescherming ingevoerd, waardoor je in 16 wijken alleen nog huizen kunt kopen als je er zelf gaat wonen. Zo voorkomen we dat huisjesmelkers de markt nog langer kapen”, aldus Gerben.

“10 % van de kantoorpanden staat leeg in Rotterdam. Doodzonde”

“Maar we zijn er nog lang niet. De komende jaren willen we de opkoopbescherming uitbreiden naar andere wijken. In Kralingen zie je straten waar vrijwel uitsluitend studenten wonen. Dan verandert een woonstraat compleet. Tegelijk is er een grote behoefte aan kamers voor studenten. Daarom pleiten wij voor nieuwe wooncomplexen voor studenten in de buurt van de onderwijsinstellingen. Ook staat nog steeds 10% van de kantoorpanden leeg, onder andere in gebieden vlak bij de universiteitscampus. Doodzonde. Als we die verbouwen tot kamers en appartementen voor studenten en starters, dan krijgen ze weer een waardevolle functie”, vindt Gerben.

Het vertrek van jonge gezinnen naar dorpen buiten Rotterdam baart de ChristenUnie zorgen. Gerben: “Mensen willen wel in de stad blijven, maar jonge gezinnen kunnen hier geen betaalbaar huis meer vinden. Dat horen we ook terug van predikanten en voorgangers. Zij willen bouwen aan een sterke gemeenschap, maar verliezen voortdurend gemeenteleden die moeten uitwijken naar de dorpen. Dat is zorgelijk, omdat deze groep inwoners ook vaak als vrijwilliger actief is binnen en buiten een kerkgemeenschap. Ze werken vaak in en voor de stad. En maken gebruik van scholen, sportclubs en verenigingen. Als de middenklasse wegtrekt, krijg je een totaal andere stad. Dat moet je echt niet willen.”

Wooncoöperaties: oplossing voor lage en middeninkomens
Om betaalbaar wonen voor jonge gezinnen en ouderen met middeninkomens mogelijk te maken, zet ChristenUnie Rotterdam de komende raadsperiode stevig in op de vorming van wooncoöperaties. “Dat is wat anders dan woningcorporaties”, vertelt Gerben. “Bij wooncoöperaties zijn de leden samen verantwoordelijk voor het ontwerp, de bouw en het beheer van de huizen. De wooncoöperatie is in bezit van alle bewoners en zij betalen huur aan de coöperatie. Zo heb je als bewoner invloed op zowel de kwaliteit als de prijs van de huizen en de voorzieningen.”

Wooncoöperaties zijn volgens Gerben een goede aanvulling op de al bestaande markt van huur- en koopwoningen, die volledig is vastgelopen. “We willen als ChristenUnie dat 10 tot 20 % van de nieuwbouw in Rotterdam de komende vier jaar wordt benut voor wooncoöperaties. In sommige Duitse steden en in Zürich wordt al 30 % van de woningen via een wooncoöperatie gebouwd, in Rotterdam nog niet één. Je koopt je in in een wooncoöperatie en krijgt dat bedrag weer terug als je vertrekt. Met inflatiecorrectie natuurlijk. Prijsopdrijving is dus niet aan de orde. Dat houdt de woningen betaalbaar op de lange termijn.”

“We moeten het verdienmodel dat de woningmarkt zo in zijn greep houdt doorbreken”

Dat betekent wel dat de gemeente moet stoppen met “winstmaximalisatie” bij de verkoop van bouwgrond, die in bezit is van de gemeente. Gerben: “Dat is de enige manier waarop we het verdienmodel – dat de woningmarkt zo in zijn greep houdt – kunnen doorbreken. Je kunt als gemeente namelijk eisen stellen als je grond tegen lagere tarieven verkoopt. Zo maak je blijvend betaalbare woningen voor middeninkomens en sociale huurwoningen mogelijk. Deze betaalbare grond is noodzakelijk voor zowel wooncoöperaties als projectontwikkelaars en wooncorporaties die bouwen voor lagere inkomensgroepen.”

Aantal sociale huurwoningen in particulier bezit neemt af
Een ander knelpunt is het dalende aantal sociale huurwoningen. “In Rotterdam zijn meer dan 40.000 sociale huurwoningen in particuliere handen, op een totaal van ruim 190.000 sociale woningen. De particuliere verhuurders hebben de huurprijzen de afgelopen jaren fors kunnen verhogen, waardoor er bijna 1.600 minder huizen onder de huursubsidiegrens vallen. Dit konden ze doen, omdat de waarde van de woningen mede de maximale huurprijs bepaalt. Feitelijk zijn er dus niet minder huizen, maar ze zijn niet meer betaalbaar voor mensen die onder de huursubsidiegrens vallen. Als je goedkoop woont, ga je dus niet verhuizen. Zo raakt de woningmarkt verstopt. Ook jongeren en studenten lopen hiertegen aan. Daarom wil de ChristenUnie meer sociale huurwoningen bouwen. Bijvoorbeeld op Rotterdam The Hague Airport, dat wat ons betreft mag sluiten. Ook vinden we dat er in de ‘sterke en rijke’ wijken ruimte moet komen voor sociale huur.” 

Energieheffing tegen energiearmoede
Een ander groot probleem in Rotterdam is de energiearmoede, wat betekent dat de energierekening te hoog is voor het inkomen van de bewoners. “75 % van de energiearmoede zit in sociale huurwoningen, omdat die vaak slecht zijn geïsoleerd. Wij zeggen daarom tegen de verhuurders: zorg dat je je energielabel op orde krijgt, anders krijg je als verhuurder een energieheffing. Isoleren dus! Met deze stok stimuleren we verhuurders werk te maken van de verduurzaming. De rekening mag niet bij de huurders komen te liggen. Als raadslid wil ik deze kwetsbaren in de energietransitie echt steunen.”

28 februari 2022